De verschillende stoornissen

Stotteren en broddelen

'Stotteren is een verstoring in het ritme van de spraak waarbij de spreker precies weet wat hij/zij wil zeggen, maar dat op dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille en hoorbare – herhalingen en verlengingen van spraakklanken' (Janssen, 1997).

Stotteren is veel meer dan wat er in bovenstaande definitie beschreven wordt. Mensen die stotteren zullen beamen dat stotteren vaak gepaard gaat met schaamte, frustratie, angst,.. Dit noemen we secundair stottergedrag. En vooral dat moet behandeld worden in therapie.

'Broddelen is een stoornis in de vloeiendheid van het spreken waarbij de spreker niet in staat is zijn tempo aan te passen aan de linguïstische (grammaticale encodering) of motorische (fonologische encodering) eisen van het moment' (Van Zaalen, 2009).

Iedereen kent wel personen die een verhaal kunnen vertellen waarbij je als luisteraar moeite hebt om het geheel te begrijpen. Sommigen praten zo snel dat het verstaan - en daardoor ook het begrijpen - echt onder druk staat. Als de verminderde verstaanbaarheid of vloeiendheid een relatie heeft met het spreektempo van de persoon, kan er sprake zijn van broddelen.

Vertraagde spraak -en taalontwikkeling (VSTO)

Bij een VSTO heeft het kind een achterstand in zijn spraak –en taalontwikkeling ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten. De spraak- en taalontwikkeling komt overeen met die van jongere kinderen. Dit is meestal het gevolg van een iets minder goede taalaanleg. Het kind heeft meer tijd nodig dan leeftijdsgenoten om hetzelfde taalniveau te bereiken. De taalontwikkeling komt later op gang en als het kind eenmaal begint te praten, lijkt alles trager te verlopen. Soms gaat het om een lichte taalachterstand, maar het kan ook om een matige of ernstige taalvertraging gaan.

De achterstand kan zich uiten op verschillende vlakken van de spraak- en taalontwikkeling:

  • enkel in de spraakontwikkeling (vertraagde spraakontwikkeling)
  • enkel in de taalproductie (vertraagde taalontwikkeling)
  • zowel taalbegrips- als taalproductieproblemen (vertraagde taalontwikkeling)
  • zowel spraakontwikkeling als taalbegrips- als taalproductieproblemen (vertraagde spraak- en taalontwikkeling)

Kinderen met een VSTO halen op latere leeftijd vaak minder goede resultaten op taalgerelateerde vaardigheden zoals lezen en spellen. In hun adolescentiejaren scoren ze ook vaak zwakker op mondelinge taaltests dan leeftijdsgenoten. Daarom is het belangrijk om kinderen met VSTO goed te blijven opvolgen en de nodige ondersteuning te bieden.

Leerstoornissen zoals dyslexie, dysorthografie en dyscalculie

Leerlingen met dyslexie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met lezen en met spelling. De fouten die zij maken lijken op verstrooidheidsfouten. Bijvoorbeeld: ‘kineren’ in plaats van ‘kinderen’ schrijven. Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. Bij vreemde talen geeft dit heel wat problemen.

Leerlingen met dyscalculie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met rekenen en wiskunde en dit op het vlak van automatiseren (geheugendyscalculie), vaardigheden en technieken (procedurale dyscalculie) en/of problemen met visuo-spatiële deeltaken van het rekenen (visuo-motorische dyscalculie en NLD). Dyscalculie kan samengaan met andere leerproblemen zoals ADHD, dyslexie en NLD (= Non-verbal Learning Disorder).

Neurologische spraak –en taalstoornissen: afasie en dysartrie

Afasie is een verworven taalstoornis die veroorzaakt wordt door een hersenletsel, waarbij het begrijpen en het uiten van gesproken en geschreven taal gestoord is.

  • De stoornis is verworven. Dat wil zeggen dat mensen met afasie vóór het hersenletsel geen problemen hadden met taal. Ze communiceerden vroeger zonder enig probleem. Afasie is dus niet iets waarmee je geboren wordt.
  • Afasie is een taalstoornis en geen spraakstoornis of dementie. De articulatie van woorden en de algemene intelligentie zijn normaal. Dit geeft vaak aanleiding tot grote frustratie bij de getroffene.
  • De problemen ontstaan na een hersenletsel. Dit is in 2/3 van de gevallen een beroerte (hersenbloeding of herseninfarct) in de linker hersenhelft.  Maar je kan ook een afasie oplopen op jonge leeftijd zoals na een verkeersongeval of bij een hersentumor.

Tijdens mijn studies heb ik, als onderdeel van mijn scriptie, een website gemaakt voor en door mensen met afasie. Neem een kijkje op www.levenmetafasie.be

Dysartrie is een spraakstoornis die het gevolg is van een aandoening in het zenuwstelsel. Deze aandoening verstoort de werking van één of meer spieren die bij het spreken betrokken zijn. Het is geen taalstoornis zoals afasie. Bij dysartrie kan men de woorden en zinnen wel vinden, maar worden zij niet goed en duidelijk uitgesproken.